We merken dat er nogal wat onduidelijkheid is bij zowel vertrouwenspersonen als bij werkgevers en werknemers over de verschillen tussen de vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen en de vertrouwenspersoon Integriteit. De verwarring die wij constateren zit hem voor een  groot deel in de terminologie die wordt gebruikt. Vandaar dat we in dit artikel beschrijven hoe wij tegen integriteit aankijken in relatie tot de werkzaamheden van vertrouwenspersonen in de hoop hierin wat duidelijkheid te verschaffen.

Wat verstaan we onder integriteit?
Integriteit definiëren we als handelen overeenkomstig de daarvoor geldende morele waarden en normen en de daarmee samenhangende (spel)regels. Onder integriteitsschendingen verstaan we: omkoping, bevooroordeling van vrienden en familie. Fraude en diefstal, dubieuze giften en beloften, onverenigbare nevenfuncties, activiteiten en/of contacten, misbruik van bevoegdheden, misbruik van manipulatie van (de toegang tot) informatie, discriminatie, (seksuele) intimidatie en onfatsoenlijke omgangsvormen, verspilling en wanprestatie en wangedrag in vrije tijd.
(bron: integriteit (integriteit en integriteitsbeleid in Nederland) J.H.J. van den Heuvel e.a.

Pesten, discriminatie, agressie en (seksuele) intimidatie (ongewenste omgangsvormen) zijn ook uitingen van niet integer gedrag. Bij ongewenste omgangsvormen wordt de persoonlijke integriteit aangetast, anders gezegd het individu is slachtoffer. Nemen we een voorbeeld van belangenverstrengeling dan worden de organisatiebelangen geschaad, de organisatie is slachtoffer. En heb je het bijvoorbeeld over misbruik maken van subsidiegelden voor eigen gewin dan wordt het maatschappelijk belang geschaad. In dit laatste geval spreken we over een misstand. Welke misstanden hieronder vallen is te vinden in de wet Het huis voor klokkenluiders.
Als je kijkt naar de verschillende vormen van integriteitsschendingen komen we tot de volgende rubricering.

Niveau Soort integriteitsschending
Persoonlijk Ongewenste omgangsvormen
Organisatie Integriteitsschendingen en onregelmatigheden (fraude, diefstal)
Maatschappij Misstanden zoals omschreven in de wet HvK

Voor de verschillende integriteitsschendingen bestaan verschillende procedures. We kennen de klachtenprocedure ongewenst gedrag en de meeste organisaties hebben ook de zogenaamde klokkenluidersregeling. Wat ons betreft is het goed om in de laatste procedure niet alleen de procedure bij vermoedens van misstanden op te nemen, maar ook vermoeden van integriteitsschendingen op organisatieniveau.
Het werk van een vertrouwenspersoon bestaat er ‘simpelweg’ uit de medewerker die bij hem komt te ondersteunen volgens de geldende procedures.

Door met deze blik naar het werk van de vertrouwenspersoon te kijken, vervalt naar ons idee het verwarrende onderscheid tussen de VPO en de VPI als zijnde twee verschillende rollen. Het werk van de huidige VPO en de VPI hebben immers heel veel overlap. Het grootste verschil zit hem uiteraard in de verschillende wettelijke en juridische achtergronden tussen ongewenste omgangsvormen (Arbowet) en integriteitskwesties (o.a. HvK ), hoe om te gaan met vertrouwelijkheid en bijvoorbeeld de positie van de vertrouwenspersoon in de organisatie. Maar dit hoeft wat ons betreft niet te leiden tot twee  aparte vertrouwenspersoon integriteit. We pleiten dus voor 1 vertrouwenspersoon: Een vertrouwenspersoon die zich bezig houdt met integriteitsschendingen op verschillende niveaus. Door op deze manier naar de rol van vertrouwenspersoon kijken, wordt het werkveld van de vertrouwenspersoon overzichtelijker:

Voordelen:
-Het naar ons idee verwarrende onderscheid VPO en VPI verdwijnt. Zowel voor werkgevers, werknemers maar ook voor de vertrouwenspersoon zelf wordt de rol van vertrouwenspersoon hierdoor transparanter.
-Het geeft meer gewicht aan de rol van de vertrouwenspersoon.
-Voor de deskundigheidsbevordering levert dit uiteraard ook eenduidigheid op. Integriteit hangt er dan niet meer bij zoals nu een beetje het geval lijkt (vertrouwenspersonen kunnen nu een nascholing volgen op het gebied van integriteit) maar integriteit wordt dan in feite de kern waar het werk van de vertrouwenspersoon om draait.

Nadelen zijn er uiteraard ook:
-Meer gewicht geven aan de rol van de vertrouwenspersoon betekent ook dat die rol zwaarder wordt. Zo zal er toch iets meer juridische kennis nodig zijn en ligt de verantwoordelijkheid bij bijvoorbeeld misstanden toch iets anders. Niet iedere vertrouwenspersoon zal zich daar gelukkig bij voelen of daar de capaciteiten voor hebben.
-Voor interne vertrouwenspersonen wordt het werk op verschillende niveaus binne hun eigen organisatie wellicht te ingewikkeld. Ook nu al adviseren we werkgevers de rol van VPI niet intern te beleggen. 

Er zijn dus een paar hordes te nemen voordat we kunnen komen tot 1 vertrouwenspersoon. Tegelijk lijken ons die hordes niet onoverkomelijk.